Toen we vanaf de veerboot Vlieland opliepen en de zilte lucht ons tegemoetkwam, hoorde ik een vrouw tegen haar vriend zeggen dat het er naar oesters rook. We waren er voor Into The Great Wide Open, het festival dat deze week door NRC werd beschreven als „een kleine ideale wereld, waarin muziek, activisme en natuur voortdurend met elkaar onderhandelen”.

Om in die ideale wereld te mogen vertoeven, moet je eerst flink lappen: nog voordat je je eerste biertje hebt besteld op het festivalterrein, ben je al makkelijk 400 euro lichter. Je betaalt naast je festivalticket apart voor een plek op de camping, een retourtje met Rederij Doeksen en een parkeerplek in Harlingen. Niet verwonderlijk dus dat daar een bepaald type mens op afkomt.

Laat ik mezelf niet als buitenstaander neerzetten, ik ben een van de wandelende clichés op het festival; wit, links, welvarend en randstedelijk. Dat we op een eiland zijn, versterkt het gevoel van een bubbel. Dat bevalt me prima; het is al erg genoeg dat ik ’s nachts in een tentje moet slapen, daar heb ik liever geen mensen bij die niet precies hetzelfde wereldbeeld hebben als ik.

Je zou denken dat je tijdens zo’n weekend met gelijkgestemden aan een half woord genoeg hebt. Dat je niet alles hoeft te spellen. Maar daar denken veel artiesten en bezoekers anders over. „Boeren moeten niet zeuren”, rapt Sef van IJsland, en „AZC JA!”. Bezoekers dragen T-shirts en kettinkjes met het woord ‘gelukszoeker’, want zijn we eigenlijk niet allemaal gelukszoekers? Ook de boodschap van Sophie Straat komt goed aan, met name omdat ze die boodschap duidelijk articulerend in de microfoon uitspreekt: „We moeten strijden voor rechtvaardigheid!” Zelfs voor aanvang van het concert van Muskila & Simona Abdallah, een dj en een percussionist zonder zang of gesproken tekst, drukt de MC ons op het hart dat ook dit concert een vorm van activisme is: „Genieten is verzet! Jezelf zijn is verzet! Dansen is verzet! Free Palestina!”