Bij de bospodia van het popfestival Into The Great Wide Open worden dennenappels zorgvuldig verzameld. Na afloop moeten ze precíes terug op hun plek. Alsof er niets is gebeurd. Alsof hier geen duizenden mensen door het bos zijn getrokken, maar alleen de wind.

Bij het Vuurboetsduin kan het nog ingewikkelder worden. Daar ligt een idyllisch podium verscholen in een duinpan. Tenzij de zandhagedis er haar eitjes heeft gelegd. Dan gaat de show niet door. Bij concerten patrouilleert een boswachter schuin boven het podium.

Publiek op Into the great wide open festival op Vlieland. Foto Simon Lenskens

Dat is Into The Great Wide Open. Een festival op Vlieland, waar muziek, natuur en de behoefte om de wereld een beetje beter achter te laten voortdurend met elkaar in onderhandeling zijn. Het is het laatste grote festival van de overvolle festivalzomer. Zesduizend betalende bezoekers, al jaren het maximum voor het eiland dat nog geen twaalfhonderd inwoners telt. Na de overtocht waaieren ze uit over bos, duin en strand voor muziek, kunst, film en debat. De kaarten waren ook dit jaar in turbosnelheid weg.

Maar het gaat hier om meer dan het terugleggen van dennenappels. Het festival probeert een kleine ideale wereld te bouwen: zorgzaam voor de natuur, uitgesproken over de wereld, en inclusief in de omgang. Een bubbel, zeker, soms behaaglijk en een tikje zelfgenoegzaam. Maar de muziek houdt die wereld open.