Eindelijk is het duidelijk: mannen maken gewoon betere films, grapte juryvoorzitter Maggie Gyllenhaal wrang bij de opening van het 83ste filmfestival van Venetië. De vraag was waarom festivaldirecteur Alberto Barbera dit jaar maar één vrouwelijke regisseur in competitie had. Een trumpiaanse backlash? Twéé regisseurs, benadrukte Barbera: het op de valreep toegevoegde Naza had een vrouwelijke coregisseur, Rachel Szor.
Twee vrouwen op twintig films: het blijft een afgang voor een filmfestival dat zich eerder committeerde aan genderpariteit in 2030. Maar het gaat Barbera om kwa-li-teit, benadrukt hij. Wie bepaalt wat dat is, vroeg Gyllenhaal woensdag hardop naast de ongemakkelijk glimlachende Barbera.
Twee vrouwen op twintig films: het blijft een afgang voor dit filmfestival
Gyllenhaal had toen al bevestigd dat, ja, films „fundamenteel, onvermijdelijk” politiek zijn. Politiek is gevaarlijk struikeldraad op filmfestivals. Jury’s en filmmakers worden op hoge toon gelast zich uit te spreken over Gaza, Oekraïne, genderkwesties of AI. Eén verkeerd antwoord, en boem. Toen juryvoorzitter Wim Wenders in februari op de Berlinale tijdens zijn persconferentie opperde dat film en politiek beter gescheiden kunnen blijven, volgde een verhit tiendaags pandemonium.














