Terwijl de wereld zich schrap zet voor de zwaarste El Niño ooit gemeten, groeit het bewijs dat dit weerfenomeen in de afgelopen jaren sterker is geworden door klimaatverandering. Dat lijkt misschien logisch, El Niño wordt tenslotte veroorzaakt door een periodieke opwarming van het zeewater in de Stille Oceaan, dat door klimaatverandering toch al opwarmt. Toch ontbrak het lange tijd aan duidelijk wetenschappelijk bewijs voor een dergelijk verband.
El Niño vindt gemiddeld eens in de twee tot zeven jaar plaats en ontregelt dan het wereldwijde klimaat. Het zorgt voor extreem weer zoals orkanen en hevige regenval op de ene plek en veroorzaakt elders juist extreme droogte. Het vergroot bovendien de kans op natuurrampen zoals overstromingen, aardverschuivingen en mislukte oogsten. Om de gevolgen van klimaatverandering in kaart te brengen, willen wetenschappers graag weten hoe dit periodieke weerfenomeen zich de komende tijd zal ontwikkelen.
Een vorige week verschenen studie in het wetenschappelijk tijdschrift Science toont duidelijker dan ooit wat de samenhang is tussen El Niño en het veranderend klimaat. Een grotendeels Amerikaanse groep onderzoekers verzamelde fossiele skeletten van koraal op en rond de Galapagoseilanden, in het oosten van de Stille Oceaan. Dat is precies het gebied waar de periodieke opwarming van het zeewater doorgaans het sterkst is. Aan de hand van het koraal brachten ze schommelingen in de watertemperatuur in kaart die plaatsvonden in de duizend jaar voorafgaand aan de industriële revolutie.












