Van de kinderen die tussen 2010 en 2014 kanker kregen was 83,2 procent tien jaar later nog in leven, blijkt dinsdag uit cijfers van het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL).

Van de kinderen die tussen 2000 en 2004 kanker kregen was dat 77,1 procent. Dat betekent dat tegenwoordig gemiddeld 33 patiëntjes per jaar minder overlijden.

De overlevingskans steeg vooral bij twee soorten kanker. Destijds leefde 57 procent van de kinderen met acute myeloïde leukemie (AML) een decennium later nog; nu is dat 74 procent. En de overlevingskans voor kinderen met een hersentumor steeg van 67 naar 80 procent.

"De afgelopen jaren hebben we heel veel geleerd over hoe tumorweefsel in elkaar zit en hoe bijvoorbeeld het DNA van de leukemiecel is veranderd", vertelt Wouter Kollen aan NU.nl. Hij is directeur Medische Zorg van het Prinses Máxima Centrum in Utrecht. In dat onderzoeksziekenhuis worden vrijwel alle Nederlandse kinderen met kanker behandeld en vindt ook vrijwel alle Nederlandse research naar kinderkanker plaats.

"Met zulke kennis kunnen we tegenwoordig specifiekere medicijnen maken die de rest van het lichaam minder belasten", vervolgt Kollen. Dat heeft bijvoorbeeld bij AML de overlevingskansen verbeterd.