De gemiddelde overleving is 71 procent, ten opzichte van 48 procent dertig jaar geleden. Dat meldt Integraal Kankercentrum Nederland op basis van de nieuwste cijfers uit de Nederlandse Kankerregistratie. In de afgelopen decennia is een jaarlijkse toename van 0,5 tot 1 procent overleving te zien, wat inhoudt dat elk jaar meer patiënten kanker overleven.
Het stadium bij de diagnose van de ziekte is volgens IKNL nog steeds de belangrijkste factor die de overleving bepaalt. De tumoren met de grootste kans op overleving zijn een aantal vormen van huidkanker, zaadbalkanker en tumoren van de hersenvliezen, hersenzenuwen en de hypofyse. De slechtste overleving zit bij tumoren van alvleesklierkanker en uitgezaaide kanker waarvan niet duidelijk is waar de oorspronkelijke tumor is gevonden.
De grootste overlevingswinst wordt, als er wordt gekeken naar cijfers over de afgelopen dertig jaar, geboekt bij patiënten met kanker in stadium 3. Daarbij gaat het meestal om kanker die zich lokaal heeft uitgebreid naar omliggend weefsel of lymfeklieren, maar waarbij nog geen uitzaaiingen zijn naar andere organen.
De overleving vijf jaar na de diagnose bij deze groep patiënten is bijna verdubbeld: van 30 procent tussen 1990 en 1994 naar 57 procent tussen 2020 en 2024. "Juist deze patiënten profiteren het meest van verbeteringen in de behandelingen, zoals preciezere operaties waarbij het beter lukt om alle kanker te verwijderen", zegt Otto Visser, hoofd registratie bij IKNL. Een voorbeeld daarvan is darmkanker, waar betere operaties en aanvullende behandelingen de afgelopen decennia belangrijke vooruitgang hebben gebracht.








