Geen drama, dat was het belangrijkste idee bij fusiepartij Pro. De verschillen tussen GroenLinks en PvdA werden de afgelopen drie jaar zo min mogelijk benadrukt om de fusie te laten slagen. PvdA (sinds 1946) en GroenLinks (sinds 1990) kennen een lange traditie, waar leden trots op zijn. De partijtop probeerde alle emoties rondom Progressief Nederland (sinds 1 juli) te dempen: PvdA en GroenLinks leken al zó op elkaar, dat deze fusie eigenlijk weinig voorstelde. ‘Welkom thuis’, was de slogan op het oprichtingscongres in Den Bosch, in juni. Er was applaus, er werd gedanst, alles was goed.
Maar één probleem schoof de nieuwe partij voor zich uit, een probleem dat de jonge partij diep dreigt te verdelen. Pro moet een keuze maken tot welke Europese partijfamilie de partij wil behoren. De PvdA is aangesloten bij de sociaal-democratische Partij van Europese Socialisten (PES). GroenLinks hoort bij de Europese Groene Partij (EGP). Lid blijven van beide koepels kan niet, er moet gekozen worden. Daarom heeft Pro een referendum uitgeschreven: tussen 18 en 25 september moeten leden een keuze maken.
Partijleider Jesse Klaver heeft al gezegd wat de uitkomst moet worden: als het aan hem ligt, zei hij eerder deze maand, sluit Pro zich aan bij de sociaal-democraten. Hij en het partijbestuur volgen het advies van een commissie onder leiding van Mariëtte Hamer (ex-PvdA) en Nel van Dijk (ex-GroenLinks). Zij schreven dat aansluiting bij de PES de beste optie was. Daarbij moet Pro wel een „zo sterk mogelijke verbinding met de EGP” blijven houden. Hoe, dat blijft onduidelijk. Ze suggereren een geassocieerd lidmaatschap van de EGP, maar dat mag volgens de statuten niet. Het hoogst haalbare is daarom „een gesprek” over nauwe samenwerking.










