52,8 procent van de IJslanders die een stem uitbrachten, stemde tegen het heropenen van de toetredingsgesprekken. De sociaaldemocratische Frostadóttir, zelf voorstander van EU-toetreding, sprak desondanks niet van een tegenslag, maar noemde de uitslag de "soevereine keus van IJsland".
"Deze discussie is extreem behulpzaam geweest voor IJsland", zei de premier. "We zullen de uitslag respecteren." Maar, voegde ze eraan toe, "het belangrijkste is dat we als land sterker uit dit referendum zijn gekomen".
De minister van Buitenlandse Zaken, Thorgerdur Gunnarsdóttir, onderschreef dat gevoel: "De opkomst van 80 procent laat zien dat dit referendum een overwinning voor de democratie is geweest."
Antonio Costa, voorzitter van de Europese Raad, spreekt volgens zijn woordvoerder ook van een "democratische keuze van het IJslandse volk", dat hij "volledig respecteert". In een gesprek met Frostadóttir spraken beiden hun wens uit om de relatie tussen de EU en IJsland verder te versterken. "IJsland blijft een van de nauwste en meest vertrouwde partners van de EU", zegt zijn woordvoerder.
De komende tijd komt het er volgens Frostadóttir op aan de uiteenlopende standpunten op EU-lidmaatschap goed mee te wegen. Met de parlementaire commissie Buitenlandse Zaken zal worden besproken wat moet gebeuren met het opgeschorte toetredingsverzoek.













