Ik heb deze zomer veel geleerd over zout. Nou goed, niet over alle soorten zout, maar wel over het Sel des Alpes, het bergzout uit de Zwitserse Alpen. De mensen die dit zout winnen, schijnen de laatste mijnwerkers van Zwitserland te zijn.

Ik weet dit omdat ik tijdens mijn vakantie de verpakking van de paprikachips van het merk Zweifel heb zitten lezen (het was een enerverende vakantie). Op de verpakking wordt verwezen naar webpagina's die uitgebreid verhandelen over de gebruikte aardappels (uit Zwitserland) en raapzaadolie (uit Zwitserland), en dus over het zout. Op elke zak wordt zelfs de naam afgedrukt van de boerderij die de aardappels in jouw specifieke zak heeft geleverd.

Vooruit, als je gewoon even wat knapperigs wil wegwerken terwijl je B&B Voll Liebe kijkt, is het misschien een beetje too much information. Maar deze verder vrij gewone chips zijn wel een teken van een cultuur die goede, lokale ingrediënten op prijs stelt. Dat houdt niet op bij chips: in de Zwitserse supermarkten wemelt het van de producten die pronken met hun lokale afkomst.

Wanneer heb jij je voor het laatst afgevraagd waar de aardappels in jouw chips vandaan kwamen? Of in welke stal je kiloknallers hebben gestaan? Ik wil niet generaliseren, maar volgens mij heeft de gemiddelde Nederlander toch aanzienlijk meer interesse in het prijskaartje van voedsel dan in de ingrediënten.