Het luchtalarm was afgegaan en Arnon Grunberg zat in de schuilkelder. In 2022, in de Oekraïense stad Odesa. Hij zat er in zijn eentje. Buiten stonden mensen een sigaretje te roken. Ze lachten hem uit. „Ik dacht: dat doe ik niet nog een keer.”
Jeanine Hennis lag in bed, in Bagdad. Het was 2018, ze was net VN-gezant geworden in Irak. Midden in de nacht schrok ze wakker. Door de intercom klonk, ze imiteert een computerstem: „Incoming, incoming, move away from doors and windows.”
Incoming, dat was een raket. „En ik dacht: mijn God. Ik was ontzettend slaperig, ik ging op zoek naar mijn scherfvest. Er wás ook een incoming, maar dat betekent nog niet dat die op je hoofd terechtkomt.” Dat wist ze toen nog niet.
En het went. „Later trok ik het laken over mijn hoofd.”
Ze zitten tegenover elkaar in Café Björk aan Park Avenue in New York. Om de hoek bij het townhouse van Grunberg, die al sinds 1995 in New York woont. Jeanine Hennis is er nog maar vier weken, ze is nu onder-secretaris-generaal van de VN op het hoofdkwartier. Ze adviseert VN-baas António Guterres over veiligheid en gaat ook over de veiligheid van alle VN-missies in de wereld.








