De dood van de Bosnisch-Servische legerleider Ratko Mladic (84) moet aanleiding zijn de blik te richten op zijn slachtoffers en hun nabestaanden, zegt genocide-onderzoeker Alma Mustafic (45). „Wat betekent het voor óns?” Haar vader werd vermoord tijdens de genocide in Srebrenica in 1995, waarbij meer dan achtduizend Bosnische mannen en jongens zijn gedood door het Bosnisch-Servische leger onder leiding van generaal Mladić.
„We weten van honderden vermoorde mannen nog steeds niet waar hun lichamen liggen”, zegt Mustafic. „Het is de verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid onderzoek te doen naar massagraven en de mensen te vinden die nog altijd vermist zijn.”
De donderdag overleden Ratko Mladic (84) is in 2017 veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor de genocide bij Srebrenica en misdaden tegen de menselijkheid. Hij zat zijn straf uit in het VN-detentiecentrum in Den Haag. De laatste anderhalf jaar was hij ziek en bedlegerig en verbleef hij voornamelijk op de verpleegafdeling. Eerdere verzoeken van zijn familie om „humanitaire vrijlating” werden afgewezen door het VN-oorlogstribunaal, aldus zijn advocaat Dragan Ivetic tegen persbureau ANP.
Het Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen (IRMCT) heeft een rechter aangewezen om de dood van Mladic te onderzoeken. Het IRMCT is een VN-rechtbank die resterende zaken afhandelt van de opgeheven VN-tribunalen voor Joegoslavië en Rwanda. „Dit is de normale procedure”, zegt een VN-woordvoerder.










