Hoe de geoloog van oliemaatschappij Elf-Petroland reageerde, weten we niet. Viel hij steil achterover of knipperde hij alleen even met zijn ogen? Dit was in elk geval niet waar zijn Franse werkgever op had gehoopt, toen die in het najaar van 1970 opdracht gaf tot een peperdure boring in de bodem van de Nederlandse Waddenzee: ze vonden ruim een kilometer van onafgebroken, massief vulkanisch gesteente.

Bij eerder onderzoek was een opvallende ondergrondse bolling ontdekt – op zo’n tien kilometer ten zuidoosten van Vlieland. Met seismisch onderzoek, een techniek waarbij uitgezonden geluidsgolven uit de diepe ondergrond terugkaatsen, zagen ze een koepelvorm in de aardlagen onder het vlakke wad. Dat is vaak een aanwijzing voor olie- of gasvoorraden. En gas is waar Elf-Petroland in dit geval naar zocht.

Maar ze boorden, zonder het te weten, midden in de kraterpijp van een dode vulkaan. In Nederland waren nog nooit vulkanen gevonden, dood of levend. En dit was er een van meerdere kilometers breed, een kilometer hoog, verborgen onder twee kilometer zand, klei, kalksteen en zandsteen die de vulkaan in de loop van honderdveertig miljoen jaar volledig had bedekt. Aan de oppervlakte was van dat alles niets te zien, behalve de zanderige bodem van de Waddenzee.