De vloedgolf in de Himalaya, die zeker al aan 273 mensen het leven heeft gekost, is veroorzaakt doordat plotseling een groot stuk van een gletsjer afbrak, concluderen aardwetenschappers. Daardoor veranderde de rivier de Bhotekoshi, op de grens tussen Nepal en Tibet, in een allesverwoestende stroom van smeltwater, modder en rotsen.

Volgens experts van het International Centre for Integrated Mountain Development, gevestigd in de Nepalese hoofdstad Kathmandu, steeg het waterniveau van de rivier binnen een half uur met maar liefst negen meter. De grootste toestroom kwam vanuit de rivier de Lhende Khola, een zijrivier van de Bhotekoshi, die veertien maanden geleden óók al eens overstroomde. Destijds raakten er enkele tientallen personen vermist; nu gaat het om ruim duizend vermissingen.

Aan persbureau Reuters beschrijft de Canadese geomorfoloog Daniel Shugar satellietbeelden van Planet Labs, waarop te zien is hoe op zo’n 5.200 meter hoogte een deel van de gletsjer afbrak „en ongeveer 1.200 meter lager in het dal neerkwam”.

Ook Walter Immerzeel, hoogleraar berghydrologie aan de Universiteit Utrecht, heeft de beelden geanalyseerd. „Het wachten was nog op duidelijke, onbewolkte satellietfoto’s – het is daar nu regenseizoen. Die hebben we sinds vanochtend, en daarop kun je duidelijk zien dat het afgebroken stuk ongeveer een kilometer breed was, anderhalve kilometer lang en naar schatting tot wel 200 meter dik.” De gletsjer in kwestie is naamloos, maar bevindt zich aan de zuidkant van de 7.200 meter hoge berg Langtang Lirung. Immerzeel kent het gebied goed: in oktober zou hij veldwerk doen aan de noordkant van het gebied. „We brengen daar al jaren de hoeveelheden ijs en smeltwater in kaart.” Of het onderzoek dit najaar doorgaat, is afwachten. „Het is al moeilijk bereikbaar, en nu natuurlijk helemaal.”