Meer dan honderd van de bijna 1.300 vermiste mensen waren op pelgrimstocht naar de Kailash-berg in het grensgebied tussen Nepal en Tibet, dat meldt persbureau AP.
De top van de Kailash stijgt uit tot 6.400 meter boven zeeniveau. De berg ligt in de Himalaya in het zuidwesten van Tibet, vlakbij het Manasarovar-meer. Zowel berg als meer spelen een belangrijke rol in het hindoeïsme, boeddhisme, jaïnisme en de Tibetaans bön-traditie. Binnen de traditie van het hindoeïsme wordt de berg gezien als de verblijfplaats van Shiva, de god van de vernietiging.
Pelgrims lopen om de piek van de Kailash heen. De tocht is zo’n 53 kilometer lang en duurt gemiddeld zo’n drie dagen. Volgens de traditie wast de tocht de gelovigen schoon van zonden. Terwijl hindoes en boeddhisten met de klok mee rond de berg lopen, lopen aanhangers van het bön-geloof de route tegen de klok in. Sommige hindoes nemen na hun voettocht een bad in het Manasarovar-meer, ook dat wordt gezien als een vorm van spirituele zuivering.
De boeddhistische spirituele leider, de Dalai Lama, heeft na de overstromingen zijn medeleven betuigd.
Pelgrims trekken over het hooggelegen terrein van de heilige Kailash Mansarovar Yatra nabij de berg Kailash in Tibet, op 23 juni 2026.












