Toen ik net op mezelf woonde, vergat ik eens een pak melk uit de koelkast te halen voordat ik op vakantie ging. Bij terugkomst stonk de melk zo dat ik de deur direct dichtgooide. Met de onvolgroeide hersenen van een negentienjarige, besloot ik het probleem daarna te negeren. Na een tijdje plakte ik zelfs een stukje ducttape op de deur, zodat bezoek de koelkast niet per ongeluk kon openen om de geurgolf binnen te laten in mijn kamertje van twaalf vierkante meter. Elke nacht keek ik vanuit mijn bed naar het koelkastje. Vol vrees voor de horror die zich daarbinnen voltrok; voor wat ik daar zou aantreffen, als ik de koelkast zou moeten openen. Ooit zou dat moeten, maar niet vandaag.
Zo denkt Nederland volgens mij over de publieke omroep Ongehoord Nederland. Alleen de eigen bubbel kijkt ernaar (10.000 man op een goede dag), plus af en toe een journalist. Voor de rest van Nederland is het een probleem verstopt onder een knop van je afstandsbediening. Er schimmelt daar iets, maar we negeren het liever dan dat we de confrontatie aangaan met wat we daar aantreffen. Albert Verlinde zei het bij Goedenavond Nederland (WNL) zo: „Ik ga het mezelf niet aandoen.”
Zo kon het gebeuren dat men er pas na drie weken achter kwam dat ‘hoofdredacteur’ Joost Niemöller Adolf Hitler had zitten verheerlijken op YouTube. Je kunt „het eigenlijk alleen maar” eens zijn met Hitlers „strijd tegen globalisering” zei hij, nadat een speech van de „toenmalig bondskanselier Duitsland” getoond werd. „Hitler zegt dat gewoon heel goed.” Alleen „de ondertoon van Joden” zou niet kloppen. Raisa Blommenstein kreeg mentaal al telefoontjes van het OM: „Ja, Hitler dronk ook water…”, begon ze een verweer.









