"De pomphouders aan de grens die maar één tankstation bezitten, hebben het op dit moment het moeilijkst. Je ziet dat hun omzet wel tot de helft terugloopt ten opzichte van vóór de hoge brandstofprijzen. Zonder horeca, supermarkt of laadpaal bij je pomp, red je het simpelweg niet meer", zegt ING-sectorbankier Dirk Mulder.
Dat het aantal pomphouders in Nederland daalt, is geen nieuwe ontwikkeling. "De overheid stuurt al langer op de transitie van fossiele brandstoffen naar elektrisch rijden. Hoewel het aantal hybride en elektrische auto's de afgelopen jaren al flink is gegroeid, versnellen de huidige benzineprijzen door de Iranoorlog de transitie naar elektrisch rijden verder", zegt Mulder.
Op basis van eerdere onderzoeken wordt er verwacht dat het aantal tankstations na 2035 in tien jaar zal halveren, van 4.000 naar circa 2.000. Mulder denkt dat de daling nog verder versnelt door de Iranoorlog, die zorgt voor grote prijsverschillen tussen Nederland en België en Duitsland. Steeds meer mensen tanken nu namelijk over de grens, omdat brandstof in de buurlanden goedkoper is.
Met name zelfstandige pomphouders aan de grens zijn hiervan de dupe. "Als je meerdere stations bezit, zit je minder snel in de knel. Stel dat je een pomp aan de grens hebt. Die loopt omzet mis omdat tanken in het buurland goedkoper is. Dit verlies kun je dan compenseren met de opbrengsten van je stations dieper in het land. Ook daar worden minder liters verkocht, maar door een hogere marge wordt dit verlies gecompenseerd."









