Iets voor acht uur ’s ochtends komt de enige auto met Belgisch kenteken aangereden bij het tankstation in het Vlaamse dorp Poppel, direct aan de grens. Die is van Lisette van Baast (52), medewerker van het tankstation. Het bier dat ze verkoopt is van Jupiler, maar 98 procent van de ongeveer drieduizend klanten per dag is Nederlands. „De echte Belgen die van die kant komen”, en ze wijst naar achter, „gaan dáár tanken.”

Een liter Euro95 kost bij het tankstation in Poppel 1,866 euro, de maximumprijs die pomphouders sinds woensdag mogen voeren in België. Het is 9 cent lager dan dinsdag, toen Van Baast ook al „een drukke dag” draaide. Het verschil met Nederland is daarmee opgelopen tot gemiddeld 70 cent per liter, voor diesel gemiddeld 42 cent per liter.

Ook in Nederland daalden de brandstofprijzen afgelopen dagen met een aantal centen, met enige vertraging op basis van dalende olieprijzen. Die gingen omlaag, nadat de Amerikaanse president Donald Trump had aangekondigd een aanval op Iran voorlopig af te blazen.

België werkt al decennialang met een wettelijke maximumprijs. Dat moet prijsschommelingen dempen en voorkomen dat automobilisten in Nederland, Duitsland of Luxemburg gaan tanken. Hoewel België kampt met een groot begrotingstekort, richt de regering-De Wever haar bezuinigingen en belastingverhogingen niet op brandstoffen.