Als Joris Linssen niet verlicht is, dan is het simpelweg niet mogelijk.

In vier seizoenen Boeddha in de polder heeft hij alle stamppotspiritualiteit een kans gegeven. We zagen hem in mannencirkels lotgenoten vastgrijpen zoals een drenkeling een reddingsboei. Hij nam ijsbaden, liep blootsvoets door Zeeland, deed een cacaoceremonie met Giel Beelen. Hij kroop roodgloeiend uit een zweethut, doopte zijn voorhoofd in de modder, lachte verdoofd in de camera en plofte op zijn buik om het gras te knuffelen.

https://www.youtube.com/embed/S30GpOdfOsI

Joris Linssen heeft lichaam en geest eindeloos geschrobd en gezuiverd. Maar hij is nog niet klaar. Want in een nieuw, driedelig seizoen staat Linssen voor zijn heetste vuur tot dusver. Hij treedt in de voetsporen van de Boeddha zelf (in Nederland dan, ruim tweeduizend jaar later): Boeddha in de polder – het pad van Boeddha.

Aan het begin van de eerste aflevering zien we Linssen, gerugzakt, met gespreide armen door een graanveld lopen. „Boeddha liet zijn paleis, rijkdom en zekerheden achter”, zegt Linssen in een voice-over. „Er moest meer zijn.” Boeddha schrok van het leed dat hij aantrof. „Wat zou hij nu in Nederland aantreffen?”