De Tweede Kamer had tijdens de coronapandemie vaker digitaal kunnen vergaderen, maar alle plannen in die richting werden geblokkeerd door onder anderen toenmalig Kamervoorzitter Khadija Arib (PvdA). Dat zei toenmalig VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff maandag tijdens zijn verhoor bij de parlementaire enquête Corona. Hij kwam als eerste na de zomerstop aan de beurt.
„In mijn ogen hadden we meer kunnen vergaderen op een andere manier,” zei Dijkhoff tegen de enquêtecommissie. De Kamer had volgens hem „innovatief en vindingrijk” kunnen zijn, bijvoorbeeld door Kamerleden naar professionele studio’s te laten komen om deel te nemen aan digitale bijeenkomsten. „Daarvan zijn er genoeg in het land. Ik vond gewoon dat je moest regelen dat het wel kon. De hele samenleving moest zich aanpassen. Maar er was praktisch weinig ruimte om dingen te organiseren.”
Vanwege het virus kwam de Tweede Kamer vanaf maart 2020 maandenlang slechts eenmaal per week bijeen, alle debatten over andere onderwerpen dan het coronavirus werden uitgesteld. Het droeg eraan bij dat de Kamer weinig invloed had op het kabinetsbeleid tijdens de crisis, zeker in de beginfase. Toenmalig Kamervoorzitter Arib zei tijdens haar verhoor in juni dat het in strijd met de Grondwet zou zijn geweest om digitaal te vergaderen, omdat elk Kamerdebat openbaar hoort te zijn.









