Het kabinet heeft bij het nemen van coronamaatregelen veel te vaak het parlement omzeild. Maatregelen werden alvast ingevoerd voordat de Tweede en de Eerste Kamer zich er over hadden gebogen. Dat gebeurde tijdens de coronacrisis 78 keer. „Daar hadden wij grote problemen mee”, zei Tweede Kamerlid Lisa Westerveld (nu Progressief Nederland, toen nog GroenLinks) tijdens haar verhoor woensdagmiddag. „Ik zat zelf ook dinsdagavond [het tijdstip waarop altijd de persconferenties plaatsvonden] met een kladblokje voor de televisie om bij de persconferentie te horen wat er stond te gebeuren.”

Westerveld was tijdens de coronaperiode onder meer woordvoerder zorg en onderwijs. Volgens haar werd de Kamer „voor een voldongen feit gesteld”. De maatregelen waren al aangekondigd in persconferenties met miljoenen kijkers, mensen in de samenleving waren al bezig zich daarop voor te bereiden. Westerveld: „Als de winkels op dinsdag hoorden dat ze de volgende dag om 14.00 uur moesten sluiten, konden wij dat moeilijk weer terugdraaien.” Maatregelen waren in debatten „bijna niet” bij te sturen.

Ze noemde het alvast invoeren van maatregelen „logisch” in het begin van de coronacrisis, „maar later niet meer. Inspraak van het parlement maakt besluitvorming beter en zorgt voor meer draagvlak in de samenleving”. Een motie van Westerveld om de volgorde van persconferentie en debat om te draaien, haalde het niet. „De coalitiepartijen waren tegen. Ze liepen te veel het kabinet achterna in plaats van het democratisch proces te verbeteren.” Pas later werden de coalitiepartijen, vooral de ChristenUnie, kritischer, zei Westerveld. Tijdens de coronacrisis maakte het kabinet eerst gebruik van noodverordeningen, later van een tijdelijke wet.