Ik was geprogrammeerd op een bijprogramma van Lowlands, een experience die me was verkocht als iets doen op een podium achteraf voor dronken en gedrogeerd publiek. Dat laatste bleek te kloppen.
Ik was op weg naar de artiesteningang. „Daar-is-ie, daar-is-ie”, riepen ze. Had ik het dan toch te veel gedownplayed? Grappig dat ik het even geloofde. Ik bleek tegelijkertijd te zijn aangekomen met Lil’ Kleine, die zou optreden met de hiphopformatie New Wave.
Lil’ Kleine stond te doen of hij met Ronnie Flex belde, terwijl hij werd gefilmd voor weer een documentaire. Er werden vragen naar hem geschreeuwd. Hij droeg een parelketting, had een nieuwe vriendin, een influenster, en zijn nieuwste ding was dat hij gezond leefde, dat is wat ik uit de commotie begreep.
Hij keek naar mij. Ik had zin om artiestengebaartjes te maken.
In de rij voor de artiestenbalie voor een polsbandje werden we allemaal gelijkgeschakeld. Iedereen kreeg dezelfde onpersoonlijke behandeling. Genieten. De anderen waren artiest tot in hun vezels, veel kettingen aan kledingstukken, strakke blikken, maar ze herkenden elkaar niet. Ze werden gereduceerd tot kleine mensen, ze moesten net als ik een identiteitsbewijs laten zien, daarna werd het afgehandeld.















