De thuisfavoriet begon zijn vrijdag met gemopper: het terugschakelen van de Red Bull bleek wederom niet lekker te gaan. Een veelgehoorde klacht vanuit de blauwe cockpit over iets wat het team blijkbaar niet op orde krijgt.

Dat terugschakelen is cruciaal, omdat het plaatsvindt tijdens de belangrijke 'entry' van een bocht. Als dat niet soepel verloopt, raakt de auto in onbalans, wat de verdere bocht niet bevordert. Maar er waren meer problemen.

Tijdens de enige vrije training waagden veel coureurs zich aan een korte racesimulatie, wat ook enigszins zorgwekkend bleek voor Red Bull.

Verstappen reed weliswaar op de harde banden, maar de grote concurrenten waren beduidend sneller. Verstappen klokte 1.17's, waar Charles Leclerc op zijn mediums in de 1.15's dook. De achterstand werd nog eens bevestigd in de sprintkwalificatie, waarin Verstappen een halve seconde tekortkwam op George Russell.

Merkwaardig genoeg zat de Nederlander in zijn snelste ronde van die sessie halverwege nog zeer dicht (0,045 seconde) op de tijd van de snelste Mercedes, maar dat liep in het restant op naar een halve seconde. Dat is veel op een kort baantje als Zandvoort.