Even boven het uitgestrekte Park Sonsbeek in Arnhem zijn in de laatste jaren luxe appartementen gebouwd in een toren van een oud hoofdkantoor aan de Lovinklaan. Het penthouse op de bovenste verdieping kijkt aan de ene kant uit over de stad Arnhem, de Rijn en de uiterwaarden, aan de andere kant over de Veluwe.
Hier was decennialang de Heidemij gevestigd. Opgericht in de negentiende eeuw als de Nederlandsche Heidemaatschappij, een vereniging die gericht was op ontginning van woeste gronden om die geschikt te maken voor landbouw en bosbouw. In de eerste decennia van de vorige eeuw was die ook betrokken bij armoedebestrijding door werkverschaffing. In de loop van de twintigste eeuw vormde die Heidemij zich na een splitsing tussen ideële stichting en een commercieel bedrijf om tot een ingenieursbureau dat adviesdiensten ging verrichten voor infrastructuur, waterbeheer en stedenbouw.
Na een fusie met het Amerikaanse Geraghty & Miller in 1993 reeg het bedrijf via overnames ingenieursbureaus in tal van landen aaneen. Heidemij werd omgedoopt tot Arcadis. Onder die naam groeide het bedrijf uit tot het vierde ingenieursbureau in de wereld, met in 2025 een omzet van 4,9 miljard euro en ruim 31.000 werknemers in meer dan dertig landen. Eerst werd het kantoor aan de Lovinklaan ingewisseld voor een andere plek in Arnhem, voordat Arcadis zijn hoofdkantoor in 2017 verhuisde naar de Amsterdamse Zuidas. Maar de naam Lovinklaan speelt nu weer een sleutelrol in een nieuwe fase in de geschiedenis van het ingenieursbureau.







