‘Mijn ouders, hier op mijn moeders 94ste verjaardag, ontmoetten elkaar na de oorlog en waren 75 jaar onafscheidelijk.
Toen mijn vader in Den Haag op de basisschool zat, werden zijn ouders bij de directeur geroepen. Hij adviseerde hen mijn vader naar de Dalton te sturen én ook te verhuizen naar die buurt. Omdat de directeur dat zei, deden mijn grootouders dat!
Mijn ouders ontmoetten elkaar in september 1945 en trouwden in 1949. Al snel kwam Talitha (1950) en Peter volgde vijftien maanden later (1951). Ik was een nakomertje.
Mijn vader was leraar Nederlands en werkte op de Dalton, Het Nederlandsch Lyceum en het Eerste VCL. Hij kreeg een bonte verzameling aan oud-leerlingen: Kees van Kooten en Wim de Bie (beiden Dalton), Kick Stokhuyzen, Marc Chavannes en Ian Buruma (Nederlandsch Lyceum) en ‘de prinsjes’ (Eerste VCL), zoals hij ze noemde.
Mijn vader was een verteller, wist veel en had een scherp geheugen. Hij publiceerde in tijdschriften en schreef boeken, onder andere over Het Nederlandsch Lyceum. We vroegen hem op hoge leeftijd alle wetenswaardigheden, familiegeschiedenissen en reisverhalen op papier te zetten voor het moment waarop we het niet meer konden vragen. Het resultaat was een echt boek van 430 pagina’s, Mijn leven … met Hildy.








