Een alleenstaande man (81) uit Hoofddorp gleed half augustus ongelukkig uit bed. Een vriendin trof hem aan op de grond, waar hij inmiddels een paar uur lag. De ambulance bracht de man naar de spoedeisende hulp van het Spaarne Gasthuis in Haarlem-Zuid. Artsen signaleerden tekenen van uitdroging en achtten een vochtinfuus noodzakelijk. Maar dat infuus brachten ze niet bij hem in. Sterker, met instemming van meneer ontsloegen ze hem uit het ziekenhuis. Per brancard verliet de man het gebouw.
Een vrouw van 74, eveneens uit Hoofddorp, belandde een dag of twee later op diezelfde spoedeisende hulp. Een schouderbreuk na een eerdere val bleek thuis onverwacht te zorgen voor nood. Ze kon nauwelijks nog bewegen, zag haar man – misschien mede een gevolg van haar ziekte van Huntington. Op de spoedeisende hulp werd een blaasontsteking geconstateerd. Maar ook zij vertrok vervolgens per brancard uit het ziekenhuis.
Waar gingen de man en vrouw heen? (Vanwege medische privacy geanonimiseerd, volledige namen bekend bij de redactie.) Een busje vervoerde hen naar een adres een halve kilometer verderop. Een revalidatiecentrum. De Jacobkliniek. Zowel de man als de vrouw betrok een eigen kamer, een ruim vertrek met grote ramen en eigen badkamer. Meneer kreeg een vocht-infuus, dagelijks twee liter. Mevrouw begon aan een antibioticakuur van tien dagen en wachtte op de uitkomst van nader bloedonderzoek.






