Hittegolven, recorddroogte en natuurbranden drukten een stempel op de Europese zomer van 2026. In totaal ging er de afgelopen maanden ruim 500.000 hectare in vlammen op. Dat zijn zo'n 700.000 voetbalvelden.
Dat bedreigt niet alleen mens en dier, maar zet ook hulpdiensten onder druk en zorgt voor grote economische schade aan infrastructuur. Bovendien roept het vragen op over de toekomst: gaat dit voortaan elke zomer zo?
Van oorsprong is niet iedere brand in de natuur een probleem. In bepaalde natuurgebieden heeft vuur zelfs een functie, bijvoorbeeld door dode planten op te ruimen en ruimte te maken voor nieuwe vegetatie. Maar door klimaatverandering worden natuurbranden groter en moeilijker te beheersen.
De omstandigheden worden namelijk steeds 'gunstiger' voor natuurbranden. De opwarming van de aarde zorgt vaker voor fire weather: warm en droog weer met een lage luchtvochtigheid en veel wind. Daardoor kunnen branden makkelijker ontstaan en zich sneller verspreiden.
Dat beeld komt terug in een vandaag gepubliceerde studie in Global Change Biology. Tegen het einde van deze eeuw kan het jaarlijks verbrande oppervlak in Europa bijna verdrievoudigen, vertelt klimaatonderzoeker Maik Billing van het Potsdam Institute for Climate Impact Research.








