Het risico op intense, moeilijk beheersbare branden in de zomer is de afgelopen 45 jaar sterk toegenomen in grote delen van Zuid-Europa, met name het Iberisch schiereiland. Dat komt doordat de combinatie van extreem warm weer, sterke winden en aanhoudende droogte steeds vaker voorkomt. De achterliggende oorzaak is klimaatverandering.

Dat schrijft een internationale groep onderzoekers deze donderdag in Scientific Reports, op basis van een analyse van brand- en weergegevens over de periode 1981-2025. Volgens hen gaat Zuid-Europa een tijdperk in van extreem brandgevaar.

Dat het risico op branden toeneemt, wil niet automatisch zeggen dat ze ook vaker optreden, benadrukken de onderzoekers. In Zuid-Europa is het aantal branden sinds de jaren 80 afgenomen door de toegenomen aandacht voor het managen ervan. Er kwamen beter getrainde brigades, meer blusvliegtuigen, strengere regelgeving (bijvoorbeeld voor barbecuen in de natuur) en een bewustere bevolking die struiken en bladeren rondom gebouwen verwijdert. Toch maken de onderzoekers zich zorgen.

Sinds 2018 zien ze een aantal opvallende uitschieters in aantallen branden en verbrand oppervlak. In 2021 en 2023 in Griekenland en Italië. En in 2022 en 2025 in Portugal en Spanje. Ook analyseren ze dat het aantal dagen met extreem brandgevaarlijk weer, als gevolg van gestegen temperaturen en afgenomen neerslag in de zomer, is toegenomen van 10 in de periode 1981-2010 tot 25 in de laatste tien jaar in grote delen van Zuid-Europa. Uitzondering zijn Zuid-Italië en Griekenland, waar de zomerse neerslag volgens de onderzoekers lijkt te zijn toegenomen – wat de kans op branden dempt. Als er sprake is van extreem brandgevaarlijk weer, schrijven de onderzoekers, dan slaat een brand makkelijker om „naar een intense, onberekenbare, zichzelf versterkende toestand”. Zoals in augustus 2025. Toen groeide de Larouco-brand in Galicië (Noordwest-Spanje) uit tot de grootste brand ooit waargenomen in deze Spaanse regio, met een verbrand oppervlak van 40.000 hectare.