En nu zaten Fred (67) en Doete (55) op een dood spoor. Dat kon niemand verbazen, vond Fred. Het ging namelijk zo lángzaam allemaal. Vier dagen was Doete in zijn leven, en nog steeds hadden ze amper aan elkaar gezeten. Dat was echt een thema dat Fred bezighield: „aan elkaar zitten”.
De eerste twee dagen waren nog zo veelbelovend geweest. Doete was een zeemeermin, zei Fred, een stripfiguur. Doete was springlevend, Doete was zo onvoorspelbaar. Doete kreeg hem aan het dansen in een club die hij jaren en jaren had vermeden. „Ongelooflijk!”, riep Fred. Doete was fantastisch.
Maar ze zát niet aan hem.
Er was bovendien nog iets dat Doete had gezegd waar Fred ontiegelijk van uit zijn sas was geraakt: zij vond dit juist een prima tempo. Elkaar rustig leren kennen, dat paste het best bij Doete. Na haar scheiding was ze eens veel te vlug in een nieuwe relatie gestapt, zoiets zou haar niet nog eens overkomen. Ze hadden ’s avonds laat witte wijn gedronken langs het water toen Doete dat vertelde. „Mja”, had Fred geantwoord. Hij keek Doete niet meer aan alsof ze zijn zeemeermin was, zijn stripfiguur. Nu was Doete gewoon een nieuw blok aan Freds been. Ze leek het zelf ook aan te voelen. „Ik wil eigenlijk wel gaan slapen”, zei Doete. Er zaten nog minstens drie slokken wijn in haar glas.







