Phoebe Bridgers weet hoe je een emotionele mokerslag uitdeelt. De teksten van de Amerikaanse singer-songwriter zijn rauw en gitzwart, haar zang zacht en melancholisch. Op haar langverwachte derde album Lost Weekend, de opvolger van Punisher uit 2020, overtreft ze zichzelf met meer verpletterende momenten dan ooit.
Terugkerend onderwerp hier is de dood van haar vader, met wie ze een moeizame band had. „Sometimes I want you back/ But not today”, zingt ze op ‘Still Standing’. Hierna schetst ze een beeld van een gezin waarin huiselijk geweld een rol speelde. Maar ook hierover zijn haar gevoelens ingewikkeld. Later is haar vader zelfs te horen, in een voicemailbericht waarin hij zijn dochter vraagt om hem terug te bellen. Zoiets kan in de verkeerde handen vals sentiment worden. Bridgers weet er oprecht mee te ontroeren.
Het nummer ‘Kill Me’ gaat over de wens om te verdwijnen en verwijst naar de Taman Shud-zaak, het beroemde mysterie rondom een ongeïdentificeerde dode man die in 1948 op een strand in Australië werd gevonden. Bridgers was ook een tijd uit beeld. Na een tournee met Boygenius, de supergroep die ze vormde met Lucy Dacus en Julien Baker, nam ze een lange pauze. Ze heeft daarom veel te vertellen. Niet alleen over haar vader, ook over een verbroken relatie en een nieuwe liefde. Die laatste is komiek Bo Burnham, die ook meeschreef aan meerdere nummers. Op het semi-opgewekt klinkende ‘Bobby’ belooft ze haar vrienden te vermoorden als hij ze niet leuk zou vinden. „What are you doing the rest of my life?” vraagt ze hem op het eind. Maar de dood is ook dichtbij als het over de liefde gaat. Op ‘Liberty Tree’ zingt ze: „Ga niet dood voordat ik doodga, Bobby”.













