„Neonlicht flitste hem bij de hoofdingang tegemoet”, staat in de roman De liefde zelf, „beton en asfalt openden hun armen. Fraai was het allemaal niet, maar er hing een aangename sfeer.”

Dit is Yumbo Centrum, een winkelcentrum op Gran Canaria dat ’s avonds transformeert in hét gay-uitgaansgebied van het eiland. Dan openen de kroegen en bars, de Adonis, de WunderBar, de Voulez Vous, voor alle nationaliteiten weer een aparte, en de disco’s, de seksclubs. Yumbo is, ook in het echt, een beroemd vakantieoord voor mannen die mannen zoeken, en vooral plezier, want hier kan het, in vrijheid, iedere dag. „Dus wordt het leven gevierd en de lever op de proef gesteld. Dus wordt van liefde gedroomd, tot aan de ochtend of tot aan de dood”, aldus de verteller tijdens de „rondleiding” in het openingshoofdstuk. Werkelijk, denk je dan: dromen van liefde, híér? Waarop de verteller tussen haakjes toevoegt: „Tegen beter weten in? Onderschat de romantiek van neonlicht niet.”

En onderschat deze roman niet, waar het goedkope neonlicht je op het omslag ook al tegemoet flitst. Niet erg subtiel of verfijnd, en bovendien ook eigenaardig botsend met die hoogdravende, kleurloos algemene titel De liefde zelf. Maar goed, er hangt wel degelijk een aangename sfeer. En ook op een ogenschijnlijk ordinaire plek kunnen heel interessante mensen rondlopen.