Hij zag zichzelf als een buitenstaander in de politiek. „Ik ben altijd een toeschouwer gebleven”, zei socioloog, PvdA-politicus en bestuurder Jacques Wallage in 2014 in het tijdschrift Bestuurswetenschappen. „Het is een van de redenen waarom een aantal goede sociologen Joden zijn. Joden hebben in de maatschappij ook vaak die functie van toeschouwer, niet volledig kunnen deelnemen.”

Toch wist Jacques Wallage, die woensdag op 79-jarige leeftijd in zijn woonplaats Groningen overleed, een zeer invloedrijke politieke en bestuurlijke carrière op te bouwen. Hij was onder meer fractievoorzitter van de PvdA tijdens het eerste Paarse kabinet (1994-1998), was burgemeester van Groningen, informateur en staatssecretaris. Hij bepaalde voor een belangrijk deel de koers van de partij in de hoogtijdagen van de PvdA.

De Tweede Wereldoorlog en zijn Joodse afkomst bepaalden in grote mate zijn wereld- en mensbeeld. Zijn ouders en oudere broer hadden de Holocaust overleefd door onder te duiken, zijn opa en oma werden vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Zijn hele leven werd hij getergd door de vraag, vertelde hij eens, waarom niemand Adolf Hitler had kunnen tegenhouden. Hij hield er een liefde voor de Duitse schrijver Bertolt Brecht aan over, en een diepe overtuiging dat hij zich „teweer wilde stellen” tegen rechts-extremisme.