Rob Trip ging iets doen wat hij normaal gesproken nooit deed. „Ik neem u mee naar buiten”, zei Rob Trip. „Kom mee.” Hij gebaarde naar de camera, naar de kijkers, met de hand waarin hij al zijn belangrijke journaalpapieren vasthield. We volgden, gespannen. Rob Trip reserveert de gebiedende wijs alleen voor de allerspeciaalste gelegenheden.
„We zitten hier op de zesde verdieping van het NOS-gebouw. En als ik de studio uitloop …” Rob Trip liep midden in het Achtuurjournaal de studio uit; hij was alleen nog zichtbaar in het spiegelglas dat hij passeerde. Daarin was ook, heel kort, een meneer te zien die Rob Trip een handmicrofoon overhandigde. „Dankjewel, Roeland”, mompelde Rob Trip.
Hij vervolgde: „… dan is het eigenlijk maar één stap hier, dit terras op, náást de studio.” Rob Trip stapte het terras naast de studio op. De zonsverduistering in IJsland was net voorbij, die in Spanje moest nog komen. „Nu willen wij natuurlijk weten hoe dat in Hilversum eruitziet”, zei Rob Trip.
„Veiligheid eerst …” Hij trok een eclipsbril uit de zak van zijn nette, grijze broek. „Jaaa … Oookééé … En dít is dus zoals het eruitziet, op dit moment, hier in Hilversum.”
De camera richtte zich naar de Hilversumse horizon, waar de maan al een heel eind voor de zon was geschoven. Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven seconden lang keken we samen met Rob Trip in volmaakte stilte naar de heldere hemel.







