Met een legercamouflagejasje en een neongroene zonnebril die de camouflage weer ongedaan maakt, ligt een jonge vrouw plat op de weg. Haar beblaarde voeten walmen in de berm. Dan verschijnt er een KRO-NCRV-microfoon voor haar neus. Of ze wakker is. „Ik heb nog nooit zo lekker gelegen”, zegt ze. „Ik heb een stuk of tien blaren, dus … even ontspannen.” Nieuws van het front? Nee. Dit is de derde dag van de Nijmeegse Vierdaagse.

„De koninginnenetappe”, lees ik in de tv-gids; het had net zo goed ‘De tocht der tranen’ kunnen heten of ‘De hel van ’26’. Volgens de aankondiging van de derde aflevering van Het gevoel van de Vierdaagse, is de glooiende Zevenheuvelenweg berucht en loodzwaar – de plek waar wandelaars stranden. Ik bereidde me dus voor op een dodenmars, met meer zielen in de berm dan op het pad.

Maar eerst keek ik de eerste twee afleveringen, waarin, al tweeëntwintig seizoenen lang, één vraag centraal staat: waarom wandelen? Presentatoren Sosha Duysker en Herman van der Zandt hebben een heel andere manier om die vraag te stellen. Duysker is de engel op de schouder van de Vierdaagse, Van der Zandt de duivel.

Al tweeëntwintig seizoenen lang staat één vraag centraal: waarom wandelen?

„Maar wáárom doen jullie mee?”, vraagt Van der Zandt een stel vrouwen dat voor het eerst wandelt. „Groepsdruk”, zegt de hele groep – zowel een antwoord als een demonstratie. Ook de vedette krijgt ervan langs door Van der Zandt: „Waarom gaan mensen veertien, vijftien keer lopen?!” De wandelaar: „Omdat dit Nederland op zijn best is!” Van der Zandt: „Oké… Ga genieten, dan, weer, voor de veertiende keer!” Overal is Van der Zandt vol ongeloof – zelfs bij de pisbakken ben je niet veilig.