Toen de Britse schrijver Jan Morris (1926-2020) een eerste versie inleverde van Conundrum, het in 1974 verschenen relaas over haar geslachtsverandering, kreeg ze van haar uitgever de kritiek dat ze te weinig had geschreven over de angst en verwarring die ze bij haar vrouw Elizabeth en hun vier kinderen moest hebben veroorzaakt.

Morris paste het manuscript aan. Maar wat de drie zoons en een dochter – toen tussen de 20 en 8 jaar oud – hadden gevoeld bij de transitie en over diens ouderlijke rol in het algemeen, bleek pas na Morris’ dood.

„We hebben kennis gemaakt, maar we hebben elkaar nooit leren kennen”, zei Henry, de tweede zoon, tegen Paul Clements, auteur van de biografie Jan Morris. Life From Both Sides (2022). Dochter Suki kreeg plompverloren te horen dat ze ‘daddy’ niet langer zo mocht noemen, maar voortaan Jan moest zeggen. Daarna werd er niet meer over gesproken. „Het moeilijkste was om te bedenken wat ik tegen andere mensen moest zeggen.”

Morris droeg zijn jongste dochter naar eigen zeggen op handen, maar behandelde haar doorgaans kil, ja wreed, bijvoorbeeld door te zeggen dat ze „een substituut” was voor de dochter die na vier weken was overleden. Dit was de ouder die altijd hamerde op het belang van kindness. „Er was een gestage stroom van onvriendelijkheid, die alles ondermijnde en die mij mezelf inferieur deed voelen, terwijl ik er juist alles aan deed om haar trots te maken”, zei Suki.