De Nederlandse ggz stelt dat mensen met een ernstige psychische aandoening vaak "tussen wal en schip vallen" als ze na een opname of gevangenisstraf terugkeren in de maatschappij.

Dat komt mede doordat er te weinig (huur)woningen beschikbaar zijn voor mensen met psychische klachten. Als niet duidelijk is wie voor hen verantwoordelijk blijft, raken ze volgens de Nederlandse ggz sneller uit beeld. De kans op een terugval of dakloosheid wordt daarmee groter.

"Een ontslag uit een kliniek, een verhuizing of het einde van een detentie mag niet het moment worden waarop iemand zijn ondersteuning verliest. Een psychische kwetsbaarheid verdwijnt niet als een traject of indicatie eindigt", zegt voorzitter Ruth Peetoom van de Nederlandse ggz. "Toch organiseren we onze ondersteuning nog te vaak alsof dat wel zo is. Juist op die overgangsmomenten gaat het mis."

In het rapport Blijvend nabij wordt een aantal aanbevelingen gedaan om te zorgen dat mensen in beeld blijven. Zo moet bemoeizorg in alle gemeenten beschikbaar zijn, zodat mensen die zorg mijden eerder in beeld komen. Ook moeten er meer woningen komen voor mensen met psychische klachten. Na ontslag uit een kliniek of detentie moet bovendien duidelijk zijn wie iemand begeleidt bij de overgang naar de nieuwe situatie.