Moeder: „Onze zoon van 15 heeft een hobby waar hij steeds meer mee verdient. Daarnaast heeft hij twee baantjes. Al met al komt er bij hem zo’n achthonderd euro per maand binnen. Daarmee heeft hij veel meer bestedingsruimte dan wij als gezin. Hij spaart wel, maar hij koopt ook dingen die hij nooit heeft gekregen. Een duur jack, een dure spijkerbroek. Toen we laatst in een kledingwinkel waren en hij een T-shirt zag van 140 euro zag, zei ik: „Papa en ik leggen er veertig euro bij.” „Nee mam, dat hoeft niet, dat kan ik makkelijk betalen.” We geven de kinderen normaliter honderd euro voor de zomervakantie. Hij zegt: „Ik hoef dat niet, ik heb mijn eigen geld.” Het maakt me verdrietig, het ontneemt me iets. Ik vind het ook in de opvoeding ingewikkeld. Zo vind ik nóg meer soorten deo, snoep of soorten hagelslag niet nodig in huis, maar hij koopt dat dan gewoon zelf. Hoe ga ik hiermee om?”
Nieuwe verbinding
Anne Abbenes: „Uw verdriet kan een vorm van rouw zijn over een verschuivende ouderrol. Als uw zoon zegt ‘dat hoef ik niet’, handelt hij uit zelfstandigheid, maar dat kan voelen als weigering van uw zorg.
„In uw gezin vertegenwoordigt geld zorg voor elkaar. Eenvoud is daarbij de norm. Uw zoon ontwikkelt nu zijn eigen normen en waarden over geld en dat past bij zijn levensfase. Geld is voor hem een middel om zijn identiteit vorm te geven, bijvoorbeeld via het kopen van kleding. Voor u kan dit aanvoelen als verlies van een gezinswaarde.






