Voor 1992 werd geen belasting op bier geheven, maar op wort, het nog niet vergiste tussenproduct in het brouwproces. Toen de fiscus in dat jaar overstapte op een bierbelasting, behielden kleine brouwerijen een belastingvoordeel in de vorm van een lager tarief. Brouwers als Stadsbrouwerij de Hemel en Brouwerij Klein Duimpje waren in hun nopjes omdat de belasting op een glas van hun bier een à twee cent lager is dan bij grotere brouwers.

Maar „het doel van deze fiscale regeling is onduidelijk”, blijkt al sinds 2008 uit de negatieve evaluatie van het ministerie van Financiën. Waar kleine brouwerijen relatief meer productieverlies hadden bij wort, is dat bij bier niet het geval. Kabinet Rutte-III wilde dan ook dat het voordeel vanaf 2024 zou verdwijnen.

Toch werd afschaffing van de regeling in 2021 weggestemd.

Een stevige lobby waaronder een petitie met duizenden handtekeningen en een brandbrief gingen daaraan vooraf. „De kleine brouwers hebben sympathie bij de politiek,” zegt Fred Teeven (oud VVD-staatssecretaris en voorzitter van Nederlandse brouwers), wiens lobbyclub elk Kamer- en kabinetslid per kabinetsperiode een bierpakket opstuurt. Eelco Heinen (VVD) diende destijds een amendement in om de afschaffing van tafel te krijgen; dat werd mede ondertekend door CDA, CU, D66 en BBB.