Sociale orde en een ‘natuurlijke’ hiërarchie: het verlangen ernaar is tastbaar in rechts-populistische bewegingen van de VS tot in Europa, Rusland en Azië landen. Gelijkheid, en het streven ernaar, gelden daarbij als decadente illusies die een samenleving beroven van dynamiek en ‘bezieling’.

Dat verlangen is niet van gisteren. Het heerste – nadrukkelijk – al in de negentiende en vroeg-twintigste eeuw, toen de liberale democratie na de verwoestingen van de Eerste Wereldoorlog op sterven na dood leek. Ook in een land dat vrijwel ongeschonden uit dat bloedbad tevoorschijn was gekomen, de nog jonge Verenigde Staten.

In Country of Lords volgt historica Kim Phillips-Fein, hoogleraar aan Columbia University in New York, het spoor van een aantal doeners en – vooral – denkers die zich verzetten tegen het idee van een egalitaire samenleving, een zonder rangen, standen of ‘natuurlijke ‘ hiërarchie.

Dat gelijkheid de basis kon zijn van een democratische samenleving vond zijn uitdrukking in de formulering dat ‘alle mensen gelijk zijn geschapen’, een ‘evidente waarheid’ die werd vastgelegd in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring (1776). Dat beginsel, destijds revolutionair, was direct omstreden. Verzet kwam van slavenhouders die het idee dat ze een en dezelfde humaniteit deelden met hun zwarte slaven ronduit bespottelijk vonden en evident onwaar.