Van de ‘gezonde keuze’ de ‘makkelijke keuze’ maken – dat is het grote streven van de overheid met betrekking tot het nationale eetpatroon. Ze wil een gezonde leefomgeving creëren, en obesitas tegengaan.

En dat wil maar niet lukken, blijkt woensdag opnieuw uit cijfers van statistiekbureau CBS. Het aantal fastfoodzaken blijft toenemen; het is in twintig jaar verdubbeld tot nu ruim negentienduizend zaken. En overal fastfood: dat is niet doorgaat voor een gezonde leefomgeving.

Hoe het tij te keren? Dat is lastig, zo blijkt. Plannen zijn er niet, op z’n best intenties. Neem de maatregelen die het ministerie van Volksgezondheid (VWS) in 2022 aankondigde. Gemeenten zouden een nieuwe, wettelijke bevoegdheid krijgen „waarmee zij de komst van ongezonde voedselaanbieders op bepaalde plekken kunnen weren, zoals in de omgeving van scholen of in wijken waarin het aanbod van fastfood onevenredig groot is”. Ook wilde het toenmalig kabinet reclame en andere promotie voor ongezonde voeding gericht op kinderen wettelijk beperken.

De minister van Volksgezondheid, Sophie Hermans (VVD), heeft net als eerder staatssecretaris Vincent Karremans (Jeugd, Preventie en Sport, VVD) een wetsvoorstel aangekondigd waardoor gemeenten het aanbod en de verleidelijkheid van ongezond voedsel kunnen verminderen. Wanneer dat voorstel klaar is, weet het ministerie niet. Het coalitieakkoord wil ook strengere regels voor marketing gericht op kinderen. Ook op dat punt is er geen nieuws.