Tien minuten voor haar afspraak met NRC appt Madeleine Pelle. „Spoed. Accu leeg.” Haar rode Canta staat op de stoep en weigert dienst. Pelle had gevloekt en getierd, vertelt ze even later wanneer ze tóch netjes op tijd verschijnt bij de OBA in Diemen. Haar man had haar Canta „even aangeduwd” en warempel: het wagentje kreeg de geest.
Dat Pelle (61) zo overstuur was, is begrijpelijk. Want, zo vertelt ze tijdens een ritje naar het centrum van Amsterdam, ze is slecht ter been en al tien jaar min of meer afhankelijk van haar voertuig. Pelle vertelt dat ze bijna dagelijks vanuit haar woonplaats Diemen naar het Flevoparkbad in Amsterdam-Oost pendelt, evenals naar (sociale) afspraken en winkels.
Met mijn ‘Cantarette’ eet ik van twee walletjes
Tijdens die ritjes eet de „Cantarette”, zoals Pelle zichzelf en haar rode voertuig noemt wanneer ze zich in het verkeer begeven, „van twee walletjes”. Met een Canta mag je zowel op de rijweg als het fietspad. Al rijdt de Cantarette het liefst op de weg. „Dan kan je wat harder”, zegt Pelle lachend.
Toch rijdt ze behoudend, omdat haar remweg langer is dan die van een gemiddelde auto. Door de gebrekkige vering moet ze ook „echt uitkijken” bij elk drempeltje. Op de Middenweg van Diemen naar Amsterdam-Oost blijkt al snel dat het veel medeweggebruikers niet snel genoeg gaat. „Kijk, deze gaat nu ook voor”, roept Pelle over het sputteren van de motor, terwijl de zoveelste auto de Cantarette over de tramlijn inhaalt.







