Coronado is op het eerste gezicht de perfecte Californische badplaats. Het strand met palmbomen is prachtig. Het Hotel del Coronado, in San Diego, is een Kurhaus-achtig toonbeeld van luxe. De lucht is deze woensdag strakblauw, de temperatuur in de twintig graden, over het strand rennen joggers.

Het enige probleem zie je niet direct: het kalm golvende zeewater zit vol rioolafval uit Mexico. Het barst van de poep, plas en etensresten. Niemand zwemt in zee.

Sam Frederick (61) fietst elke ochtend even langs het strand om te zien wat de metingen van de avond tevoren hebben opgeleverd: mag er gezwommen worden? Hij weet het antwoord eigenlijk wel (nee), maar de eigenaar van strandspullenwinkel Little Sam’s Island & Beach Fun kan het niet laten.

„Het is vreselijk”, zegt Frederick in zijn winkel. Hij gebaart naar de surfplanken en wetsuits die hij verhuurt. „Ik heb er misschien 100 dollar op verdiend de afgelopen maanden. Ik kan hier niks van verhuren! En het ergste is dat de families aan wie ik het vertel, boos op mij worden omdat ik het slechte nieuws breng.”

De stranden rondom San Diego in Zuid-Californië gelden als enkele van de mooiste van de staat, maar er speelt zich een nachtmerrie-achtige milieuramp af. Dagelijks stromen miljoenen liters riooldrek uit de Mexicaanse grensstad Tijuana de oceaan in, waarvan een deel via de gelijknamige rivier eerst door de VS komt.