In de avond van 27 augustus 2024 krijgt viceadmiraal Boudewijn Boots een alarmerend telefoontje. Hij is dan als plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten de hoogst aanwezige militair op het ministerie van Defensie. Zijn baas, generaal Onno Eichelsheim, heeft net vakantie. De computersystemen vallen één voor één uit, hoort Boots. En niet alleen bij Defensie, ook op andere ministeries en op luchthavens. Deuren gaan niet open of dicht, passagierslijsten raken onvindbaar.
In de daaropvolgende tien uur heeft Boots geen idee wat er aan de hand is. „Ik dacht steeds: wat volgt?”, vertelt hij op het terras van landgoed De Zwaluwenberg in Hilversum. Een zeemijn in de Rotterdamse haven? Vliegtuigproblemen boven Schiphol? Een Russische cyberaanval? Boots: „De wereld is nu zo onzeker dat ik altijd rekening houd met een aanval.” Tot zijn opluchting blijkt het een technische fout op het zwaarbeveiligde netwerk dat ministeries met elkaar verbindt.
Boots heeft op deze warme ochtend in juli net zijn afscheidsreceptie achter de rug; op 1 augustus gaat hij met pensioen. Op dit landgoed werkte hij afgelopen ruim anderhalf jaar als Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht – de militaire ombudsman die toeziet op de leef- en werkomstandigheden van militairen. Daarvoor was hij de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten, de op een na hoogste baas van de krijgsmacht.






