De Spaanse premier Pedro Sánchez begint vrijdagmiddag zijn persconferentie vanuit de stad Cuenta en richt zich daarbij tot de inwoners. „Heel Spanje staat achter hen, de Spaanse regering staat achter de stad Ceuta. Laten we ons bewust zijn van de emoties die zij hebben door de benarde situatie.”
Sánchez keurt de huidige situatie ten stelligste af. „Het is een aanval en een schending van de Spaanse territoriale integriteit. Ceuta is een Spaanse stad.” Hij schenkt ook aandacht aan Melilla, de nabijgelegen Spaanse exclave, waar Spanje vrijdag de grens sloot. De premier zegt bovendien dat de Spaanse regering „alle middelen” zal inzetten om „de veiligheid van de inwoners van Ceuta” te waarborgen.
Donderdagavond trokken zo’n zestigduizend migranten over de grens naar het grondgebied dat tot Spanje behoort. Ze klommen over grenshekken of zwommen, soms urenlang, naar de kust. Volgens de Spaanse krant El País zijn inmiddels 34 mensen overleden bij hun poging om de Spaanse exclave in te komen. Dat bevestigt de burgemeester van Ceuta, Jesús Vivas, aan de krant.
Sánchez staat tijdens zijn toespraak stil bij de overleden migranten, waarna hij smokkelbendes ervan beschuldigde „veel jongeren te misleiden”. Hij bedankte Marokko voor de medewerking om de migranten zo snel mogelijk weer terug te sturen. Hij sprak ook over de samenwerkingen tegen mensensmokkel die Spanje is aangegaan met andere landen, waaronder Marokko en Mauritanië. „Het belangrijkste is dat er kansen worden gecreëerd waardoor ze in hun eigen land kunnen blijven,.










