Voor iemand met twee Pulitzer Prizes op zak heeft schrijver Colson Whitehead iets verrassend verlegens over zich. Oplettende ogen, antwoorden die worden besloten met een lach. In het Mövenpick Hotel in Amsterdam – „er zijn mooiere plekken” – vertelt hij over het schrijven van zijn nieuwe boek Cool machine, het slotstuk van zijn Harlem-trilogie, die begon met Harlem Shuffle (2021) en Misdaadmanifest (2023).

In de reeks volgt de lezer Ray Carney, een meubelhandelaar uit Harlem die af en toe bijklust als heler. Het laatste deel van de misdaadserie speelt zich af in de jaren tachtig. Graffiti, punk, maar ook kapitalistische hoogmoed vullen de straten van New York. Carney, die net ‘Meubelhandelaar van de Maand’ is geworden, heeft eindelijk zijn dubbelleven afgezworen. Toch laat hij zich verleiden tot een laatste kraak. Nog eentje dan. Samen met zijn oude handlanger Pepper duikt hij opnieuw de onderwereld van New York in.

U werkte zeven jaar aan deze trilogie. Gaat u Ray Carney missen?

„Gelukkig niet. Ik kan altijd het boek erbij pakken. Als ik Cool machine of een van mijn andere romans opensla, kan ik ineens heel trots zijn. Ik herinner me de eerste dagen waarin ik het verhaal opzette. Het creëren van personages als Elizabeth of Zippo. Die blijven bij je. Al ben ik wel blij dat ik niet nog een bankroof hoef te verzinnen.” Lachend: „Ik ben doodop.”