Een Oekraïense droneaanval op een vrachtschip op de Kaspische Zee van afgelopen weekend heeft geleid tot hoogoplopende spanningen tussen Iran en Oekraïne. De ministers van Buitenlandse Zaken van beide landen spraken elkaar dinsdag aan de telefoon nadat Teheran dreigde met vergeldingsacties.

Volgens Oekraïne vervoerde het getroffen schip onder meer munitie en artilleriegranaten tussen Iran en Rusland, al levert het land daar geen bewijs voor. Teheran spreekt het tegen en beschuldigt Kyiv ervan een Iraanse opvarende te hebben gedood.

Op sociale media stelde Abbas Araghchi, minister van Buitenlandse Zaken van Iran, maandag dat de aanval „NIET ONBEANTWOORD KAN BLIJVEN”. Ook in Iraanse staatmedia sloegen regeringsfunctionarissen dreigende taal uit, waarop de Oekraïense minister Andrii Sybiha weer reageerde dat Iran „niet het recht heeft zich als slachtoffer voor te doen”.

Een dag later volgde een poging tot de-escalatie. Na het telefoongesprek zegt Sybiha op X dat „ons doel is om onnodige escalatie te vermijden”. De minister verklaart dat „onze acties in Oekraïne uitsluitend gericht zijn op de verdediging van ons land tegen Russische agressie” en „nooit bedoeld zijn om burgerschepen of burgers te treffen”. In zijn verklaring ontkent Sybiha niet dat er bij de aanval een Iraniër omkwam.