De Amerikaanse veelfilmer Steven Soderbergh (63) bevond zich in de 21ste eeuw frequent in de avant-garde: met tv-series, iPhone-films of AI. Onnavolgbaar balancerend tussen kunst en genre, met publieksfilms als Magic Mike, grensverleggende politieke procedurals als epidemiefilm Contagion en de tweedelige biopic Che, geëngageerde Oscarmagneten als Erin Brokovich of Traffic. Zijn nieuwe film The Christophers laat weer zien wat de basis is van Soderberghs succes. Toen hij als 26-jarige met Sex, Lies and Videotape de Gouden Palm won in Cannes bleek hij ook een uitstekend acteursregisseur te zijn.

Zoiets begint bij casting. In de verbale tango The Christophers speelt Ian McKellen de eens gevierde Londense schilder Julian Sklar, nu een bejaarde, kribbige izegrim. Michaela Coel is de gekwetste restaurateur annex vervalser Lori Butler, een ongenaakbaar standbeeld vol interne breuklijnen. Boze boomer, rancuneuze millennial: de vonken spatten er vanaf. 75 procent van de kunstacademiestudenten is vrouw, waarom is dan niet 75 procent van het werk in musea van vrouwen, gromt Sklar. Dat een zwarte vrouw daaruit een totaal andere conclusie trekt dan hij, komt niet in hem op. Hij luistert al heel lang naar niemand, behalve naar zichzelf. Sklar foetert en beweert, sneert en snauwt.