Tofik Dibi, de fractievoorzitter van de Amsterdamse BIJ1-fractie, leek een aantal dagen spoorloos. Dibi zou schulden hebben, aldus een openbare akte van een deurwaarder die afgelopen maand werd gepubliceerd in de Staatscourant. Daarin stond dat ‘Tovek Dibi’ een schuld heeft openstaan bij woningcorporatie Vesteda en derdenbeslag zou worden gelegd. Daarbij kan bijvoorbeeld beslag worden gelegd op loon of toeslagen.
Hoewel de voornaam afwijkt, kwam de geboortedatum op het exploot wel overeen met die van de Amsterdamse BIJ1-fractievoorzitter. Daarnaast bleek uit de akte dat van Dibi geen woon- en verblijfplaats bekend was binnen en buiten Nederland; een dergelijke akte wordt alleen openbaar gemaakt als van de schuldenaar geen woonplaats bekend is. Als Amsterdams gemeenteraadslid is Dibi echter wel verplicht om in Amsterdam te wonen. Omdat Dibi ook niet op berichten en oproepen reageerde, leek hij even ‘onvindbaar’, zo berichtte De Telegraaf afgelopen weekend.
Maar Dibi dook weer op.
Dibi liet maandagmiddag aan NRC weten met een reactie te komen. In die reactie, die hij op dinsdagochtend op de landelijke kanalen van BIJ1 deelde, schrijft hij dat „privé-informatie op straat [is] beland”. Zonder verder specifiek op zijn woonplaats of beslaglegging in te gaan, stelt Dibi dat hij deurwaarders kent sinds zijn elfde, dat de „intimiderende manier van communiceren van deurwaarders” de afgelopen decennia is toegenomen en dat de werkwijze „soms [doet] denken aan die van de maffia”. Dibi stelt „in veel opzichten” niet te verschillen van de mensen voor wie hij de politiek in ging, om vervolgens te verwijzen naar schulden, dakloosheid, werkloosheid, mentale en fysieke klappen en discriminatie.







