Met de fiets ga ik op zaterdag niet naar de Dam, die raak je daar wel kwijt maar op een manier die je niet wilt, dus dan maar met de tram. Die is propvol, maar ook geladen met een vreemd soort welwillendheid. Toch word ik zo ongeveer in het gezicht geduwd van een vrouw die zit. Ik verontschuldig mij, en zij zegt iets in het Spaans dat niet erg vriendelijk klinkt. Het diepe afgrijzen op haar gezicht onderstreept nog eens haar bedoelingen.

Dan begint de gesluierde vrouw met zonnebril achter haar zich ermee te bemoeien. Tegen mij, ik draag een roze strikje: ”Daar kon jij toch niets aan doen. Jij gaat vast naar die Pride op de Dam? Is toch jouw zaak? Maak er een mooie dag van”.

Alle stereotypen worden even omgedraaid.

Voor mij is het lang geleden dat ik de Pride Walk liep, ik vond het meer iets voor jongeren en ook dacht ik jaren geleden dat het met die seksuele- en genderemancipatie in de hoofdstad vanzelf wel goed zou komen. Dat geloof ben ik ondertussen kwijtgeraakt.

Op de Dam zie ik veel mensen en vooral heel veel Palestijnse vlaggen. ‘No pride in genocide’, lees ik op borden. Ben meteen geïrriteerd, ik heb toch geen pakketreis geboekt – voor de homo’s, transgenders en de Palestijnen. Waarom wil links toch alles met alles verknopen: het veganisme, het klimaat, minderheidsrechten en de Palestijnse zaak? Ik ga niet achter die Palestijnse vlag lopen, die zaak is belangrijk, maar ik kom nu voor de Pride. Vooralsnog blijven de Palestijnse vlaggen achter op de Dam, de stoet zet zich in beweging richting het Homomonument, zo’n tienduizend mensen hoor ik later.