„Waarom hebben jullie niet gewoon één telefoonnummer dat wij kunnen draaien?” Onlangs, in een klein gezelschap van Amerikanen en Europeanen, gooide een van de Amerikanen de clichévraag maar weer eens op tafel. Zo onhandig, zei de man, een conservatieve beleidsmaker uit Washington: willen wij Amerikanen iets en weten we niet welk nummer we moeten draaien aan de overkant van de plas. De Europese Commissie? De Europese Raad? Het Europees parlement? Of beginnen met Berlijn bellen, dan Parijs, enzovoort? „Het is zo ingewikkeld en verwarrend bij jullie in Europa. Why don’t you get your act together!”

Wat altijd opvalt als Amerikanen deze stupide vraag opwerpen, is de even stupide reactie van de Europeanen: die beginnen zich namelijk meteen te verontschuldigen. Ze mompelen gegeneerd dat Europa verdeeld is. En dat het hier inderdaad niet zo helder geregeld is als in Amerika. Terwijl het echte antwoord natuurlijk iets is om trots op te zijn: die meerdere telefoonnummers weerspiegelen het simpele feit dat wij in Europa een strenge institutionele scheiding der machten hebben, en dat we diverse instellingen hebben die diverse belangen vertegenwoordigen. En dat dient om de kans zo klein mogelijk te maken dat er hier ooit een potentaat, een machtswellusteling als Donald Trump aan de macht kan komen. Die hele tralala met Commissie, Raad, parlement en andere Europese instellingen is opgetuigd omdat wij geen superstaat willen in Europa, en ook geen leider die met één knip van de vingers beslist over het lot van miljoenen mensen.