Met een stevige meerderheid hebben de 125 lidstaten van het Internationaal Strafhof (ICC) vrijdag de van seksueel wangedrag beschuldigde hoofdaanklager Karim Khan uit zijn ambt gezet. Khan had zich schuldig gemaakt aan „ernstig wangedrag en plichtsverzuim” jegens een Maleisische juriste die onder hem werkte, zo lichtte Païvi Kaukoranta namens het bestuursorgaan van het ICC het besluit toe na afloop van de stemming in New York.

Met dit besluit hopen de lidstaten het bevlekte blazoen van het hof in Den Haag te zuiveren. Weliswaar ontkent Khan dat hij zich seksueel zou hebben opgedrongen aan de Maleisische juriste en heeft hij aangekondigd in beroep te gaan, maar het lijkt zeer onwaarschijnlijk dat hij alsnog zou kunnen aanblijven.

„Het is heel goed dat Khan is weggestemd”, zegt ook Kenneth Roth telefonisch vanuit de Verenigde Staten. Als oud-directeur van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch is hij nog altijd een gezaghebbende stem op dit terrein. „Khan heeft zich verachtelijk gedragen. Ondanks de bewijzen die er waren bleef hij hardnekkig ontkennen. Een aanklager dient aan de hoogste morele normen te voldoen en de waarheid te spreken. Op beide punten faalde Khan. Zo heeft hij alle geloofwaardigheid verloren. Hij had al maanden eerder moeten vertrekken.”